SCVM stelt richtlijn vast voor afschrijving en schadeafhandeling bij vertrek huurder

SCVM hanteert vanaf nu een uniforme richtlijn voor de beoordeling van afschrijving en schade bij het einde van een huurovereenkomst.

De richtlijn biedt SCVM-geregistreerde makelaars een praktisch en juridisch onderbouwd kader voor het onderscheid tussen normale slijtage en schade door abnormaal gebruik. Normale slijtage komt voor rekening van de verhuurder; schade kan – met toepassing van een vaste afschrijvingstabel – aan de huurder worden toegerekend.

Daarbij wordt gewerkt met duidelijke uitgangspunten, zoals een drempelperiode waarin geen afschrijving plaatsvindt en een restwaarde na afloop van de theoretische levensduur.

Ook onderstreept SCVM het belang van een zorgvuldige staat van bevinding- en eindinspectie en een goede dossieropbouw. Zonder staat van bevinding geldt immers dat de staat bij einde huur wordt vermoed de oorspronkelijke staat te zijn.

Voor huurders betekent de richtlijn meer transparantie en bescherming tegen willekeurige inhoudingen: de berekening van eventuele schade is inzichtelijk en gebaseerd op vaste uitgangspunten. Voor verhuurders biedt de richtlijn een objectief en verdedigbaar kader om schade correct te onderbouwen en discussies te beperken.

Met deze richtlijn verstevigt SCVM de professionele standaard binnen de huurmakelaardij. De uniforme werkwijze draagt bij aan rechtszekerheid voor zowel huurder als verhuurder en versterkt het vertrouwen in een zorgvuldige en objectieve borgafwikkeling.

Deel dit artikel

Lees meer over: